Over vogelgriep

U op de hoogte houden is een deel van onze taak
De Mondial Assistance Group volgt de ontwikkelingen met betrekking tot het vogelgriepvirus al maandenlang op de voet en heeft intussen een aanzienlijke hoeveelheid praktische en betrouwbare informatie verzameld. U vindt hier een aantal links om uw kennis nog uit te breiden en ook de recentste aanbevelingen op het vlak van voorzorgsmaatreglen en reizen naar besmette regio’s. We raden u aan deze informatie te lezen om uw algemene kennis uit te breiden, vooral als u van plan bent binnenkort te reizen. Deze pagina zal geregeld worden bijgewerkt en we verbinden ons ertoe om u zo goed mogelijk op de hoogte te houden.

1 Wat is het verschil tussen griep en vogelgriep?
2 Hoe wordt vogelgriep overgedragen op de mens?
3 Wat zijn de voorwaarden voor een pandemie?
4 Behandeling van mensen besmet met H5N1
5 Aanbevelingen van de WHO
6 Glossarium
1 Wat is het verschil tussen griep en vogelgriep?

Griep

De griep, of influenza, is een vaak voorkomende, acute ademhalingsaandoening die kan worden veroorzaakt door een hele reeks griepvirussen. Het griepvirus ligt jaarlijks aan de basis van epidemieën.

Een paar belangrijke cijfers:

  • Bij de jaarlijkse griepepidemieën wordt 5 tot 15% van de bevolking getroffen door infecties van de bovenste luchtwegen. Hospitalisatie en overlijden komt meestal voor in hoog-risico groepen (bejaarden, chronisch zieken). Het is moeilijk in te schatten, maar aangenomen wordt dat deze epidemieën over de hele wereld jaarlijks zo’n drie tot vijf miljoen mensen ernstig ziek maken en 250 000 tot 500 000 dodelijke slachtoffers eisen;  
  • We onderscheiden drie types: A, B en C
  • Griepsymptomen zijn atypisch en kunnen leiden tot complicaties, vooral bij mensen ouder dan 65 en kinderen in hun eerste levensjaar; 
  • De beste voorzorgsmaatregel is griepvaccinatie. Vaccinatie vermindert het aantal griepdoden met 80% en de ziekenhuisopnames met 50%.    

Van de drie virustypes vinden we het A-virus bij mensen en ook bij eenden, ganzen, kalkoenen, kippen, varkens, paarden en andere dieren. Het B- en C-virus komen bijna uitsluitend bij mensen voor. Enkel A-virussen kunnen een pandemie veroorzaken. In de 20ste eeuw waren er drie grote pandemieën (link naar glossarium): in 1918-1919, 1957 en 1968. 

Griepsymptomen zijn atypisch maar kunnen soms leiden tot ernstige complicaties zoals infecties van de luchtwegen of chronische longaandoeningen, hartziekten, nierfalen of metabolische stoornissen. 

Vaccinatie wordt beschouwd als de beste voorzorgsmaatregel tegen de griep en valt sterk aan te bevelen elk jaar voor de aanvang van het griepseizoen. De samenstelling van het vaccin wordt bepaald door de virusstammen die men op het moment van de epidemie verwacht. Het vaccin heeft weinig vervelende bijwerkingen – gemiddeld worden de antilichamen zo’n twee weken na de vaccinatie gevormd en ze blijven daarna nog verschillende maanden aanwezig. 

Drie antivirale geneesmiddelen kunnen worden voorgeschreven om griep te bestrijden of te voorkomen: amantadine (mantadix), zanamivir (relenza) en oseltamavir (tamiflu). Deze geneesmiddelen worden niet beschouwd als alternatieven voor vaccinatie, maar kunnen in bepaalde gevallen wel dienen als aanvullende behandeling.

Vogelgriep

Vogelgriep is een besmettelijke ziekte die wordt veroorzaakt  door een A-stam griepvirus dat enkel vogels aantast. Het komt over de hele wereld voor. Specialisten geloven dat alle vogels vatbaar zijn voor deze infectie, maar dat sommige soorten er een hogere resistentie tegen hebben dan andere.

Enkele belangrijke inlichtingen:

  • We onderscheiden 15 subtypes bij vogels; 
  • Tot op heden ging het bij alle hoog-pathogene virussen om virussen uit de A-groep en de subtypes H5 en H7; 
  • Waterwild (in het bijzonder wilde eenden) wordt beschouwd als de natuurlijke kweekvijver voor het virus – ze zijn een van de meest virus-resistente vogelsoorten op aarde;
  • Niettemin zijn pluimveestapels bijzonder vatbaar en kunnen ze ten prooi vallen aan snel om zich heen grijpende en fatale epidemieën. Bovendien… 
  • Ligt het contact tussen deze twee groepen vaak aan de basis van epidemieën.   

Type A-virussen komen voor bij beide soorten griep (griep en vogelgriep). Ze zijn genetisch onstabiel en muteren voortdurend, waardoor ze goed uitgerust zijn om het immuunsysteem van hun gastheer (mens of dier) te omzeilen. Indien er tussen het genetisch materiaal van de A-type griepvirussen, met inbegrip van de subtypes, uitwisseling, versmelting of reassortment voorkomt, dan ontstaat een nieuw subtype van het virus dat verschilt van de twee oorspronkelijke virussen. Een goed voorbeeld zijn hier H-subtypes, die op epidemiologisch vlak zeer belangrijk zijn omdat ze bepalend zijn voor de capaciteit van het virus om zich aan cellen te binden en ze te penetreren, waar de vermenigvuldiging van het virus zich dan voltrekt. De N-subtypes bepalen de verspreiding van het nieuwe virus vanuit die cellen.

2 Hoe wordt vogelgriep overgedragen op de mens?

Het virus is niet gemakkelijk overdraagbaar van vogel op mens. Het virus wordt verspreid via de lucht en besmetting komt vooral voor in geval van langdurig en herhaald nauw contact met respiratoire secreties of uitwerpselen van geïnfecteerde dieren in besloten ruimtes. Dit contact kan zowel direct als indirect zijn (oppervlakken en/of handen besmet door de uitwerpselen). 

In de afgelopen jaren hebben griepepidemieën bij pluimvee, of vogelgriep, geleid tot verschillende gevallen van besmetting bij mensen. Deze besmettingen waren soms ernstig, maar er was nooit sprake van een belangrijke en aanhoudende overdrachtsfactor van mens tot mens. 

  • 1997 Hong Kong, stam H5N1: het eerste geval van menselijke besmetting met “vogelgriep”. Twintig mensen werden besmet, zeven kwamen om. Dit viel samen met een vogelgriepepidemie bij pluimvee in Hong Kong. Het virus werd overgedragen na nauw contact tussen mensen en nog levende maar geïnfecteerde vogels. Op nauwelijks drie dagen tijd werden anderhalf miljoen vogels vernietigd, wat een einde maakte aan de epidemie.
  • 2003 Nederland, stam H7N7: 80 mensen besmet, 1 dode. Alle besmette mensen werkten op een pluimveeboerderij. 
  • 2004 – november 2005, Azië (8 landen), stam H5N5: 132 mensen besmet, 68 doden. Het is bekend dat deze stam kan worden overgedragen van dieren op mensen. Intermenselijke overdracht van deze stam is nog niet vastgesteld.
3 Wat zijn de voorwaarden voor een pandemie?

Voor een pandemie uitbreekt onder de menselijke bevolking, passeert een griepvirus eerst via een aantal diersoorten. Dit noemt men een epizoötie en mensen lopen maar een zeer miniem risico om besmet te raken met zo’n virus. 

In het algemeen tast zo’n epizoötie dieren aan en pluimveestapels in het bijzonder. Omdat ze voortdurend dichtbij hun vogels verblijven, zijn pluimveefokkers dus de enige mensen die worden blootgesteld en besmetting verloopt dan nog via de spijsvertering en niet via de luchtwegen.

Indien dit samenvalt met een menselijke epidemie van seizoensgriep, dan kunnen de twee virale stammen (dierlijk en menselijk) door hun nabijheid een nieuw virus creëren via de herschikking van hun genetisch materiaal. Dit is uitzonderlijk maar statistisch gezien komt het elke eeuw toch drie tot vier keer voor. In dergelijke gevallen, en rekening houdend met het nieuwe karakter van dit voor de mens zeer besmettelijke virus, zijn de gevolgen in termen van ziekte- en sterftecijfer zeer ernstig.

Samenvattend kunnen we zeggen dat een pandemie kan uitbreken wanneer de volgende voorwaarden zijn vervuld:

  1. een nieuw subtype van het griepvirus ontstaat; 
  2. het besmet mensen en
  3. het verspreidt zich effectief en langdurig van mens tot mens.

Alle noodzakelijke voorwaarden voor een pandemie van de H5N1 virusstam zijn dus vervuld, op één uitzondering na: efficiënte en langdurige intermenselijke overdracht van dit virus. Het risico dat het H5N1 virus deze capaciteit verwerft, blijft bestaan zolang de gelegenheid op menselijke besmetting zich voordoet. Deze gelegenheden, op hun beurt, zullen zich blijven voordoen zolang het virus aanwezig blijft in vogels – een situatie die nog een aantal jaar zou kunnen aanslepen.

Het virus beschikt in hoofdzaak over twee mechanismen om zijn intermenselijke overdraagbaarheid te verhogen. Het eerste mechanisme is een ”reassortment”, waarbij het menselijke virus en het vogelgriepvirus genetisch materiaal uitwisselen bij een gelijktijdige besmetting van een mens of een varken. Reassortment kan leiden tot het ontstaan van een volledig overdraagbaar pandemisch virus, wat tot uiting komt in een plotse toename in het aantal gevallen en een explosieve verspreiding van dat nieuwe virus.

Het tweede mechanisme is het meer geleidelijke proces van “adaptatieve mutatie”, waarbij het vermogen van het virus om zich te binden aan menselijke cellen verhoogt tijdens opeenvolgende besmettingen van mensen. Bij adaptatieve mutatie, dat aanvankelijk tot uiting komt in kleine concentraties van menselijke gevallen met een bewezen graad van intermenselijke overdracht, zou de wereld waarschijnlijk wat tijd hebben om beschermende maatregelen te nemen.

Bronnen: Wereldgezondheidsorganistaie (WHO)
en Dr. Olivier Cha, Medisch directeur, Mondial Assistance France, november 2005

4 Behandeling van mensen besmet met H5N1

Er zijn nog geen effectieve vaccins beschikbaar tegen een pandemisch virus. Elk jaar worden vaccins geproduceerd tegen seizoensgriep, maar die bieden geen bescherming tegen een eventuele grieppandemie. Verschillende landen zijn momenteel bezig met de ontwikkeling van een vaccin tegen het H5N1 virus, maar voorlopig is geen enkel vaccin klaar voor commerciële productie en men verwacht dat een vaccin maar enkele maanden na het uitbreken van zo’n pandemie op grote schaal beschikbaar zou zijn. De huidge productiecapaciteit op wereldvlak volstaat niet om te voldoen aan de vraag naar vaccins tijdens een pandemie.

Omdat het vaccin zeer goed moet lijken op het pandemische virus, kan de productie op grote schaal maar beginnen wanneer een nieuw virus ten tonele verschijnt en een pandemie is uitgebroken. Momenteel voert men klinische tests uit om te onderzoeken of experimentele vaccins eventueel volledige bescherming kunnen bieden en om te bepalen of verschillende formules de vereiste hoeveelheid antigen kunnen doen dalen, zodat de productiecapaciteit vanzelf wordt verhoogd.

Bron: Wereldgezondheidsorganistaie (WHO)

5 Aanbevelingen van de WHO

Algemeen alarmniveau:

Het alarmniveau van de WHO voor een pandemie wordt gehandhaafd op fase 3. Een nieuw griepvirus besmet momenteel de menselijke bevolking maar het verspreidt zich nog niet gemakkelijk en ook nog niet op een volgehouden manier. 

  • De WHO beveelt niet aan om het reizen naar de desbetreffende landen te beperken; 
  • De WHO beveelt niet aan om reizigers te screenen die terugkomen uit landen waar H5N1 is vastgesteld; en
  • De WHO herinnert eraan dat het niet nodig is om griepvaccinatie aan te bevelen voor mensen die op reis vertrekken naar landen waar vogelgriep is vastgesteld; de vaccinatie werkt niet tegen de H5N1 virusstam; het is natuurlijk wel efficiënt voor mensen die zich willen beschermen tegen de “menselijke” griepvariant.  

Aanbevelingen voor mensen die naar besmette regio’s reizen:

  1. Vermijd pluimveemarkten, dierenveilingen, boerderijen, hanengevechten en ornithologische parken in besmette gebieden;
  2. Eet gevogelte dat volledig is gekookt op 70° in alle delen van het voedsel. Tot op heden zijn er geen elementen die erop wijzen dat infectie kan worden veroorzaakt door de consumptie van goed gekookt gevogelte of gekookte pluimveeproducten;
  3. Vermijd alle contact met oppervlakken en voorwerpen die besmet zijn door dierlijke uitscheidingen en uitwerpselen;
  4. Eet geen rauwe of onvoldoende gekookte gerechten (gevogelte en producten op basis van eieren); 
  5. Vermijd het houden, kopen of meebrengen van een levend dier vanuit besmette landen, vooral als het gaat om siervogels of huisvogels; en
  6. Was uw handen geregeld met water en zeep of een desinfecterende oplossing.  

Aanbevelingen voor de bevolking van landen met vogelgriep:

  • Neem bepaalde voorzorgsmaatregelen, vooral bij het afmaken van dieren;
  • Kijk uit voor koorts of ademhalingsproblemen bij mensen die aan het virus kunnen zijn blootgesteld. De eerste tekenen van infectie met het H5N1 virus lijken goed op die van een hele reeks veel voorkomende ademhalingsaandoeningen;
  • Vermijd elk contact met dode trekvogels of wilde vogels die symptomen vertonen van de ziekte; en 
  • Vermijd rechtstreeks contact met besmette vogels of oppervlakken en voorwerpen die zijn besmet door hun uitscheidingen of uitwerpselen. Het risico op blootstelling is het hoogst bij het afmaken, plukken, slachten en prepareren van gevogelte voor de keuken.

Landen die op trekroutes liggen, moeten waakzaam blijven voor de vroege tekenen van de ziekte bij hun wilde vogels en huisvogels. De recente gebeurtenissen hebben aangetoond dat sommige trekvogels het H5N1 virus nu waarschijnlijk rechtstreeks verspreiden in z’n hoog-pathogene vorm.  

Maatregelen in geval van een epidemie op een pluimveeboerderij
Bij een epidemie op een pluimveeboerderij moeten de volgende uitroeiingsmaateregelen worden genomen:

  • Plaats alle besmette dieren in quarantaine; 
  • Vernietig alle geïnfecteerde of mogelijk geïnfecteerde dieren; 
  • Strikte behandeling en bewaking van alle transport tussen boerderijen; 
  • Alle mensen vaccineren die in contact zijn gekomen met de vogels (uitwisseling van genen vermijden);
  • De mensen die de vogels afmaken en opruimen, moeten beschermende kledij dragen en een antivirale profylactische behandeling volgen; 
  • Snel en streng epidemiologisch onderzoek uitvoeren in nauwe samenwerking met medische en veterinaire diensten zodra verdachte gevallen aan het licht komen;
  • Lees de meest recente aanbevelingen van de WHO in verband met reizen naar gebieden met H5N1 vogelgriep; en
  • Verscherp de bewakingssystemen van de referentielaboratoria. 
6 Glossarium
  • Antiviraal geneesmiddel: Dit is een molecule die inwerkt op de oppervlakteproteïnen en reproductie van het virus voorkomt. Momenteel zijn er drie dergelijke molecules op de markt. De meest voorkomende, zowel als geneesmiddel als voorzorgsmaatregel, is Oseltamavir (commerciële naam: Tamiflu*). De nevenwerkingen zijn zeer beperkt en het werkt uitstekend als preventief geneesmiddel. Bovendien heeft het zijn nut al bewezen als geneesmiddel voor patiënten die reeds ziek zijn. Absolute voorwaarde voor een efficiënte behandeling is de toediening van het middel in de eerste uren na het verschijnen van griepsymptomen. De efficiëntie wordt echter bijna tot nul herleid als de molecule wordt toegediend meer dan 48 uur na het verschijnen van de eerste symptomen.
  • Endemie: wanneer een bepaalde ziekte constant of periodisch voorkomt in een bepaalde regio of gemeenschap.
  • Epidemie: een plotse ontwikkeling en snelle verspreiding van een besmettelijke ziekte in een regio waar die voorheen op endemische schaal woedde of binnen een gemeenschap die nog niet was aangetast.
  • Epidemiologie: de wetenschap die het voorkomen, de verspreiding en de bepalende factoren voor de gezondheidstoestand en ziektes in menselijke gemeenschappen en bevolkingen bestudeert en die de grondslag vormt voor de preventieve geneeskunde en de volksgezondheidszorg. We onderscheiden enerzijds de beschrijvende epidemiologie, die de geografische, tijdsgebonden en sociale verspreiding beschrijft van gezondheidstoestanden, en anderzijds is er de analytische epidemiologie, die de oorzaken van gezondheidsproblemen onderzoekt die duidelijk werden uitgelegd in de beschrijvende fase.
  • Epizoötie: een ziekte die tegelijkertijd een groot aantal dieren van dezelfde soort of meerdere soorten treft en dit binnen een bepaalde regio of geografisch gebied.
  • Griepsyndroom: een reeks symptomen die laten vermoeden dat het om de griep gaat.
  • Infectieziekte: een reeks symptomen die erop wijzen dat de oorzaak een microbiële infectie is.
  • Morbiditeit: een ziektetoestand of pathologische toestand.
  • Mortaliteit: een verzamelwoord waarmee het totale aantal mensen wordt aangeduid dat bezwijkt aan dezelfde ziekte.
  • Pandemie: vorm van epidemie die zich verspreidt over een volledig continent of zelfs over de hele wereldbevolking.
  • Serologische test: een onderzoek waarbij antilichamen worden opgespoord die door ons immuunsysteem werden aangemaakt als verdediging tegen antigenen of tegen externe vectoren die een ziekte kunnen introduceren in ons lichaam. Een positieve serologische test wijst er dus op dat het individu in contact is geweest met het griepvirus en er immuniteit tegen heeft ontwikkeld door de aanmaak van antilichamen tegen dit virus.
  • Sterftecijfer: het totale aantal doden dat gedurende een bepaalde periode bij een bepaalde populatie wordt opgetekend.
  • Symptoom: een klinisch verschijnsel zoals koorts.
  • Syndroom: een reeks symptomen (of verschijnselen) die een ziektebeeld vormen zonder noodzakelijkerwijs de oorzaak aan te geven.
  • Ziektecijfer: het aantal zieke personen of het totale aantal gevallen dat gedurende een bepaalde periode bij een bepaalde populatie wordt opgetekend.